Inloggen

Babykalender

Elke maand is een ontdekking. Je baby groeit en ontwikkelt zich in een razend tempo — van een hulpeloos pasgeborene tot een nieuwsgierig petertje dat alles wil aanraken.

Maand 1–2: De eerste weken

In de eerste weken leeft je baby op reflexen: zuigen, grijpen, de Moro-reflex (schrikken). Hij of zij slaapt het grootste deel van de dag en nacht, en wil om de twee à drie uur gevoed worden. De eerste sociale glimlach — bewust en gericht op jou — verschijnt doorgaans rond week zes. Een moment om nooit te vergeten.

Je baby herkent al snel jouw stem en geur. Praat, zing en knuffel zoveel je wilt — dat is niet verwennen, dat is stimuleren. Huid-op-huidcontact (kangoeroeën) is bijzonder waardevol voor de binding en de ontwikkeling van je baby.

Maand 3–4: Wakker worden voor de wereld

Rond maand drie begint je baby de wereld echt te ontdekken. Hij of zij kan het hoofd optillen tijdens buikligtijd, volgt bewegende voorwerpen met de ogen en maakt steeds meer geluiden — van kreetjes tot vrolijke koertjes. De interactie wordt rijker en leuker.

Buikligtijd is belangrijk voor de ontwikkeling van de nek- en rugspieren, maar doe het altijd onder toezicht en nooit als slaaphouding. Vijf tot tien minuten per dag is al genoeg om de spieren te versterken. Leg speelgoed net buiten handbereik om je baby te motiveren.

Maand 5–6: Actief en nieuwsgierig

Rond vijf à zes maanden rolt je baby van zijn rug naar zijn buik en terug. Alles wat hij of zij kan pakken, gaat naar de mond — dat is normaal en leerzaam. Rond zes maanden start je met vaste voeding: een klein lepeltje groentepuree of rijstepap is het begin van een nieuw avontuur.

Je baby begint ook te lachen om grappige geluiden en gezichten, en reageert op zijn of haar naam. De eerste tandjes kunnen doorbreken, wat gepaard kan gaan met wat onrust en kwijlen. Een bijtring of koele washand kan verlichting geven.

Maand 7–9: Op weg naar zelfstandigheid

Kruipen — of een eigen variant daarop — begint doorgaans rond maand zeven à acht. Sommige baby's kruipen op handen en knieën, anderen schuiven op hun buik of rollen van plek naar plek. Elke stijl is goed. Zorg dat de omgeving veilig is: sluit trappen af en verwijder kleine voorwerpen van de vloer.

Vreemdelingenvrees is normaal in deze periode: je baby huilt bij onbekende gezichten en wil alleen bij jou zijn. Dat is een teken van gezonde hechting, niet van verwenning. Geef je baby de tijd om te wennen aan nieuwe mensen, zonder te forceren.

Maand 10–12: Bijna een peuter

Rond de eerste verjaardag staat de meeste baby's op, lopen ze langs het meubilair en zetten sommigen al hun eerste zelfstandige stapjes. De taalontwikkeling schiet omhoog: "mama", "papa" en een paar andere woordjes zijn het begin van een levenslange liefde voor taal.

Je baby begrijpt nu al veel meer dan hij of zij kan zeggen. Geef korte, duidelijke instructies en benoem alles wat je doet en ziet. Lees voor, wijs plaatjes aan en reageer op elk geluidje — dat is de beste taalstimulatietip die er is.

Lees ook

→ Wanneer doorslapen?→ Babymaten & maatgids→ Borstvoeding geven